Mogen (22-04-2020)

De kinderen hebben meivakantie. De oudste moet altijd even wennen aan het concept vakantie en zet hardnekkig haar schoolritme voort met een cursus Russisch, de jongste wentelt zich in de vrijheid. Al deden we de afgelopen weken weinig aan schoolwerk, het idee dat het eigenlijk wel zou moeten hinderde ergens op de achtergrond, genoeg om niet vrijuit te kunnen spelen. Nu het vrij-zijn gelegaliseerd is, is er rust, al blijft ze moeite houden met het gemis van haar vriendjes.
Samen rooiden we de drie lelijke coniferen naast de schuur, zaagden de stammen in stukken en knipten de zijtakken af. Daarvan bouwden we een hut, waar ze met de pup uren in doorbrengt. Soms kruip ik even bij haar, of ik lig in de hangmat die ik aan de dikke houten palen van de oude schommel gebonden heb, we lezen Kinderen van moeder aarde.
Gisteren werd bekend gemaakt dat na de vakantie de basisscholen weer opengaan.
'Dan mogen de kinderen eindelijk weer naar school,' hoor ik opgelucht om me heen.
Ik ben bezorgd en heb moeite met het woord Mogen. Dat iets mag wil nog niet zeggen dat dat goed of juist is. Als je vijf schuimtaartjes mag eten van de baas van de lunchroom wil nog niet zeggen dat je daarna niet staat te kotsen op de parkeerplaats.
In mijn opvoeding wijs ik mijn kinderen erop dat ze vrij zijn om hun eigen keuzes te maken, ik leer ze naar hun eigen behoeftes te luisteren, zich te documenteren, zelf na te denken of iets verantwoord is en niet klakkeloos op te volgen wat anderen doen of wat er van hen verwacht wordt. Hoeveel moeite mijn jongste ook heeft met de vergrendeling, hoezeer ik met haar te doen heb als ze haar klasgenootjes mist, ik ben er nog niet over uit of ik het een goed idee vind dat ze straks weer naar school gaat.
Er zijn twee soorten vrijheid: de fysieke vrijheid van ons kind om weer naar school te mogen en de geestelijke vrijheid van ons als ouders om onze eigen koers te volgen in wat we raadzaam achten.
Nog drie weken.