De Kommunist (05-05-2019)

We gingen naar Berlijn. Dat was op aandringen van de oudste dochter, veertien is ze, die een fascinatie voor het communisme heeft opgevat. We noemen haar daarom ook wel De Kommunist, en De Kommunist verweet ons dat we haar niet steunden in haar drang om de wereld te ontdekken, naar de oude DDR moest ze, om te zien waarover ze gelezen had, en de films die ze gezien had, en we waren trouwens hele slechte ouders dat we dat allemaal niet begrepen.
Dat lieten mijn echtgenoot en ik ons natuurlijk niet zeggen en zo reden we op een zonnige dinsdagochtend over de Kurfürstendamm de stad binnen.
'Je bent al een keer eerder hier geweest,' zei ik, terwijl ik keek naar de hoge hotels en de restaurantjes aan weerszijden van de straat.
Ze trok haar wenkbrauwen op.
Ik vertelde over vroeger, toen ik vaker in Berlijn kwam. De laatste keer was toen ik net zwanger van haar was en hondsmisselijk, ik had midden op de Kurfürstendamm staan kotsen, in een perkje bij een boom. Bratkartoffeln, die had ik namelijk net gegeten.
'Toen was ik er toch nog helemaal niet,' mopperde ze.
'Dat is maar net hoe je het bekijkt,' zei ik.
We parkeerden de auto en liepen de Friedrichstrasse in, daar plantten De Kommunist neer op Checkpoint Charlie. Met één been in West en één been in Oost. Ze las het bord met onder de Amerikaanse tekst de zin in Russische tekens.
You are leaving the American sector.
'En? vroeg ik. 'Voel je het communisme in de lucht hangen?'
Ik geloof dat het een beetje tegenviel, de schreeuwerige tourist-trap, maar dat kon ze natuurlijk niet zeggen.
We gingen naar het Mauermuseum, wandelden door Kreuzberg, aten een stuk taart en zaten een poosje in een parkje. 
'Wat vind je zo interessant aan het communisme?' vroeg ik.
Ze dacht even na.
'Het is zo anders dan wat wij hebben. Het is jammer dat het voor geen meter werkt, maar de ideologie is echt heel goed bedacht.'
Dat begreep ik wel. 
De rest van de week brachten we door in de minder toeristische gedeelten van de stad. We picknickten in De Botanischer Garten, vierden 1 mei op een gemoedelijk festivalletje, dronken biertjes in de Biergarten en wandelden over Tempelhof.
Op de laatste avond aten we wat met oude vrienden en na afloop liep ik alleen met haar terug naar het hotel. Het was donker aan het worden, de lampjes op een terras sprongen aan, een verlichte etalage in een boekwinkel. Ik bedacht dat de ontdekking van een ander politiek systeem mijn dochter over de grenzen had laten kijken van wat ze kende. 
'Lopen we gewoon samen door Berlijn, Genosse,' zei ik, ik stootte haar even aan en keek naar haar op, vijf centimeter groter dan ik.
Ze knikte en lachte even naar me.
Ineens voelde ik dat ik misschien niet heel veel langer kan voldoen aan wat ze zoekt, haar ogen gericht op iets dat voorbij mij ligt. Er heeft zich een honger in haar geopend, ze is nog lang niet klaar.
Dat is hoe het dus gaat.