Zomaar een kerstmarktje (12-12-2016)

Ik heb het eens geklokt; het is precies zeven minuten fietsen vanuit mijn huis naar het centrum van de stad waarin ik woon. De stad met al zijn winkels, de grote kathedraal, de pleinen en de prachtige kerstversieringen, de verwarmde terrasjes aan het water. 
Het is natuurlijk niks, zeven minuten, maar de mens is lui, en de mens zoekt zijn stam graag dichtbij. En dus is het kleine kerkpleintje aan het eind van mijn laan mijn échte centrum. Vanuit de voortuin zie ik de oude parochiekerk liggen, de boekwinkel van mijn vriendin ligt op de hoek, iets verderop de dorpsdokter in het oude raadhuis, de slager, de bakker en de kleine supermarkt. 
Ieder jaar is er begin december een kerstmarkt, en ach, dat heeft niet zoveel om het lijf, een paar kraampjes. Vrienden en bekenden verkopen hun spulletjes; zelfgehaakte mutsen, gevilte poppen, folkloristisch beschilderde kerstboompjes. De glühwein is vies, maar de kinderen roosteren marshmallows op het kampvuur en doen spelletjes, er wordt kerstbrood uitgedeeld aan iedereen die wil. De peuterjuf van onze school zingt kerstliedjes met haar gitaar en ik klets bij met mensen uit de buurt die ik al een tijdje niet gezien heb. We smeden vast plannen voor de carnavalsoptocht en bespreken het luchtige, en het diepe.
Voor de buitenstaander lijkt het misschien zomaar een klein marktje, onder de grijze decemberlucht. 
Maar niets is minder waar.