Wereldadem (27-05-2020)

Er is een nieuw woord voor wandelen, bosbaden heet het nu, het komt uit Japan. Ik vind het een opmerkelijk woord en vraag me af of het ook tegenovergesteld zou werken, dat zwemmen in de zee bijvoorbeeld zeewandelen zou gaan heten. Zeewandelen, een zeewandeling maken, dat klinkt toch prachtig. Veel mooier dan het banale 'ik ga een stukje in de zee zwemmen.' Daar zie ik een plaatje bij van een badgast die moeizaam door smerig Noordzeewater ploegt, geen elegant tafereel.
Gisteren kwam ik in een boek het woord Wereldadem tegen. De schrijver stond op een klif en keek uit over de zee, het waaide, de wind noemde hij de wereldadem. Hoewel het boek een beetje grijs en statig is, het is geschreven door een oude Duitser, zag ik door de wereldadem ineens een fantastisch plaatje voor me van de aarde die in beweging is, die bonkt en stampt van het leven, die uitzet en krimpt en zijn longen vult en uitblaast, die de lucht in grote stromen over de continenten en oceanen beweegt, en ik dacht: ja, dat is precies wat de wind is: wereldadem.
De jongste gaat twee dagen per week naar school, de oudste volgt dinsdag, als de middelbare scholen weer opengaan. De laatste dagen tikken nu echt weg. In de kast staat een doos mondkapjes, ik heb er nog geen geprobeerd. Soms stel ik me voor, als ik in een ruimte ben met een onbekende, hoe de lucht eruit ziet, wat de ander uitademt en hoe dat door de kamer wordt geblazen.