Wandelberichten 3 (03-07-2018)

Bij het Spik staat een monumentje. Je ziet het al als je aan het begin van het pad staat, naast de camping, en elke keer als ik er kom moet ik even op het bord kijken. In augustus van 1945 kwamen hier twee jongens om, en in oktober van hetzelfde jaar nog eens negen. Ze speelden met de achtergebleven oorlogsbommen die in de velden lagen.
De negen jongens van oktober kwamen uit in totaal drie gezinnen. Ik stel me voor hoe de moeders van Spik en Maalbroek hun zonen waarschuwden na het eerste ongeluk. 'Blijf met je handen van die bommen,' moeten ze gezegd hebben, hun handen wringend van ongerustheid in hun schortzakken. Maar de jongens waren jongens, en ze deden het toch.
Op het bord staat aangegeven waar de ontploffingen precies plaatsvonden, dat is mooi gedaan, de locaties zijn uitgesneden uit een ijzeren plaat. Het niets, het verdwijnen van de wereld. Op de plek van de tweede explosie is nu een wei, er loopt een moederpaard met een pasgeboren veulen.
Het is maar een klein wandelgebied. Over het beekje zijn twee houten bruggetjes gemaakt, en als je over de tweede brug loopt kom je bij een uitkijktoren. Als je aan de ene kant kijkt zie je in de verte de stad, met alle kerktorens, de flats. Als je de andere kant op draait zie je de velden, het land. Ik hou ervan om op de uitkijktoren te staan, die zachtjes meebeweegt in de wind, de zwaluwen die over het graan scheren, omhoog vliegen tot vlakbij me en dan weer naar beneden schieten.
Via een pruimenboomgaard kun je teruglopen, over nog een brug, langs de wilde koeien. De camping, het pad, en daar, tussen de bomen, weer het monumentje.
De oorlog is hier nooit uit het oog.