Sjors, de imaginaire parkiet (26-01-2017)

Ik dagdroom de laatste tijd vaak dat ik een vogeltje heb.
Een parkietje, op mijn werkkamer. Hij mag lekker de hele dag los rondvliegen en als ik zit te typen komt hij op het toetsenbord zitten, zijn kopje schuin alsof hij wil zeggen: wat maak je toch een drukte, baasje. Af en toe zit hij op mijn schouder en bijt hij in mijn oorlel met zijn kleine, kromme snaveltje.
Laatst sprak ik met iemand over de eeuwige strijd tussen het beeldende en het schrijven. Soms lijkt het wel alsof ik ooit eens doorkliefd ben door een vlijmscherp mes, en er toen twee kanten zijn onstaan: de visuele kant en de verbale kant. Het zijn twee aparte organen geworden die zich onafhankelijk van elkaar hebben ontwikkeld, en waartussen maar moeizaam -of eigenlijk geen- connectie plaatsvindt. Als ik schrijf wil ik beelden maken en als ik teken of schilder, schrijf ik ondertussen mentaal. Soms zou ik willen dat ik het tegelijkertijd kon doen, in één en dezelfde handeling. 
Ik weet trouwens al hoe ik hem ga noemen, de parkiet: Sjors. Zo heette het parkietje dat ik vroeger had ook, dat lijkt me lekker vertrouwd. 
Sjors komt er nooit echt hoor, dat gefladder, ik moet er niet aan denken. Soms is het leuker om over iets na te denken dan om het daadwerkelijk te hebben.