Over het spoor (20-11-2015)

Ik fiets van school naar huis met mijn dochter van vijf, bijna zes is ze. Voor de spoorwegovergang moeten we stoppen, de spoorbomen gaan voor onze neus dicht. Samen kijken we naar de trein die voorbij rijdt. Te snel om goed naar binnen te kunnen kijken, de ramen flakkeren langs, geel licht, schimmen van mensen.
'Dat is toch de trein naar Nijmegen?'
Ik knik.
'Daar zat jij vroeger heel vaak in, toen je studeerde.'
Dat klopt, dat heb ik ooit eens verteld. Op kamers in Nijmegen en dan in het weekend terug naar Limburg, met een tas vol was.
Ze denkt even na.
'Dus vroeger, heel veel jaren geleden, kwam je altijd hier langs dit spoor, waar je nu iedere dag overheen fietst naar school. Waar je vlak bij woont. Maar dat wist je toen nog niet.'
De spoorbomen gaan weer open en we stappen weer op onze fietsen.
Ik denk na over al die keren dat ik vroeger uit het treinraam moet hebben gekeken als ik deze spoorweg passeerde, dan zag ik mijn toekomstige huis bijna liggen om de hoek, het plantsoen waar ik iedere dag met de hond wandel, de school.
Ik kan het me niet herinneren. Geen enkele gedachte van toen aan dit stukje spoor, dit stukje wereld, schiet me te binnen.
Ik weet niet of dat gek is, of juist heel normaal.