Nabij maar onzichtbaar (08-06-2018)

De das stak rustig het pad over, maar een paar meter bij me vandaan. Het was tegen de avond, een beetje schemerig door de laaghangende bewolking, warm. Ik was de hele weg door het bos nog niemand tegengekomen, alleen hadden er zachte stemmen geklonken uit het zeilbootje dat op de afgelegen plas dobberde, het geluid rolde over het water tot de oever waar ik een tijdje had gestaan om na te denken.
Ik stopte met lopen en keek hoe de das voorbij wandelde, het zag er een beetje sullig uit, zijn neus iets naar voren, alsof hij bijziend was. Ik heb het even opgezocht, en dassen kunnen inderdaad niet zo goed zien, ze vertrouwen vooral op hun reukzin. Ze hebben vaste paden waarover ze lopen die ze markeren met hun eigen geur, deze wissels kunnen eeuwen oud zijn, net als de burchten waarin ze wonen.
Mijn huis staat vlak bij zo'n burcht, tien minuutjes fietsen door het veld richting het Rozenkerkje. Je moet het wel weten, anders zie je het niet, een steile wand van gelig zand met daarin holen, verscholen achter bomen en struiken. Ondanks dat de dassen zo dichtbij wonen, had ik er nog nooit eentje levend gezien. Soms zie je je hele leven iets niet, terwijl het heel nabij is.
Ik keek toe hoe het beest in het hoge gras verdween en liep weer verder. De rest van de avond moest ik heel vaak aan hem denken.