Later (30-03-2020)

Mijn bijenvolk is dood, en, of dat niet genoeg was, mijn kip sinds afgelopen nacht ook.
Ik doe op dit moment erg mijn best om de omineuze lading van al dit gesterf weg te rationaliseren.
De kip, het arme beestje heette Gespa omdat we de jongste haar naam hadden laten bedenken, lag vanmorgen aangevreten in de wei. Het zal een marter geweest zijn, als ik hem tegenkom pak ik de buks. Onze patserige aanloophaan Thierry zat in een hoekje van het hok te trillen, die heeft het drama natuurlijk voor zijn ogen zien voltrekken. 
Toen ik het hekje opende snoof Wiesje gretig door de opwaaiende pluimen. Ze had de afgelopen weken een bijzondere band met de kip opgebouwd, die eruit bestond dat de kip uitdagend dicht langs het hek scharrelde en Wiesje uit wanhopige frustratie urenlang schril blafte dat ze daar weg moest.
In februari had ik nog in de bijenkast gekeken, door de doorzichtige afdekplaat had ik de bijen rond zien kruipen en ik was blij te zien dat ze de winter overleefd hadden. Wel leek het me dat er op mooie dagen weinig leven op de vliegplank was, maar dat zou vast aantrekken als de temperatuur op zou lopen.
Toen ik halverweg maart de kast echt opende vond ik alleen nog maar lijken.
Dit weekend heb ik alles schoongemaakt, de kast ontmanteld, op de bodem een laagje dode, al gekrompen bijen. Als insecten doodgaan worden ze na een poosje zo knisperig, toen ik de bak omkiepte hoorde ik de lichaampjes langs elkaar ritselen, alsof het alleen nog maar lucht was met hier en daar een gazen vleugeltje.
Dit jaar komen er geen nieuwe bijen, ik ben verdrietig dat het me niet gelukt is om het volk de winter door te krijgen, maar ook de omstandigheden helpen niet mee. Het leven lijkt al ingewikkeld genoeg, ook zonder de zorg voor een bijenvolk. Volgend voorjaar misschien.
'Krijgen we een nieuwe kip?' vroeg de jongste, nadat we wat overgebleven was van Gespa hadden begraven.
Ik wist het eigenlijk niet zo goed.
'Nu even niet,' zei ik maar. En op haar teleurgestelde blik: 'We kijken later wel verder.'
Het voelde een beetje alsof ik dat antwoord al heel vaak gegeven had de afgelopen tijd.
We kijken later wel verder.