Het bickerseiland (01-11-2018)

Toen ik een jaar of veertien was, las ik de boeken van Jan Mens. Ik begon met drie delen van De kleine waarheid en daarna zocht ik alle rommelmarkten af naar meer. Het mooist vond ik Griet Manshande, en ik geloof niet dat er ooit een hoofdpersoon is geweest die ik zo mocht als de waardin Griet, die op iedere, tergend langzame pagina wel een keer of drie Pront werd genoemd. Of Struis. Van de bijfiguren kan ik me weinig herinneren, al was er een kistenmaker die Korevaar heette. Hij gebruikte splinterend hout en vaker dan hem lief was moest hij een kinderkistje timmeren, dat ging hem door merg en been.
Het meest gefascineerd was ik door het Amsterdam uit het begin van de twintigste eeuw, dat bijna een personage op zich was, met eindeloze beschrijvingen van de straten, het winderige havenkwartier, het Bickerseiland. Ik heb me vaak voorgenomen om de plekken uit de boeken op te gaan zoeken, ze in het echt te zien, maar het is er nooit van gekomen.
Net googelde ik eens op De Gouden Reael, de kroeg met de glanzende toog waar Griet haar dagen sleet, en bij het Westerdok, aan de Zandhoek, ligt inderdaad een café dat zo heet. Geen idee of het er al stond in de jaren veertig, toen Mens zijn boeken schreef, maar dat is niet erg, ik moet daar nu dringend eens heen.