Einde van een tijdperk (18-08-2017)

Vanochtend zat ik in een kleine katholieke kerk, ergens diep in de Veluwse bossen. Het gebouw was dan weliswaar een ouderwetse kerk uit 1857; er was een toren, glas-in-loodramen en een altaar, maar het mocht niet meer zo heten. Een lang verhaal over een tanende parochie en bisschoppelijke besluiten.
Het stemde me weemoedig, net zoals de reden waarvoor ik er zat; een afscheid van iemand die meer dan een eeuw leefde. Het einde van een tijdperk in meerdere opzichten.
Het koor zong, ik keek naar de koorleden. Stuk voor stuk grijze dames die zongen zoals duiven lopen, hun hoofden ritmisch op en neer bewegend bij iedere stap vooruit, of, in hun geval, bij iedere volgende noot dus. Ik las ooit eens dat duiven dat doen omdat ze zo lang mogelijk hun hoofd op dezelfde plek willen houden, omdat ze zo het beste om zich heen kunnen kijken.
Ik bad het Onze Vader hardop mee, zo ben ik nu eenmaal opgevoed, en gewoontegetrouw las ik de tekst op uit het misboekje, ook al ken ik het natuurlijk van buiten. Bij de laatste regels hakkelde ik even, net als de overige kerkbezoekers, ik was het vergeten, een nieuwe versie van het zo vertrouwde gebed. Maar braaf lazen we allemaal de woorden die ons voorgeschreven waren.
Toen we na afloop op het kerkhof stonden, ondanks de regen en de grijze lucht was het warm, baden we opnieuw. Dit keer zonder boekje. Bij de laatste zinnen leek het algemene stemvolume wat toe te nemen, ik zweeg en luisterde. Men bad de oude versie.
En ik hoorde misschien een lichte triomf in de toon, maar dat kan aan mij hebben gelegen.