Druiloor (29-04-2020)

Ik had verwacht dat ik veel zou gaan wandelen in deze periode, maar dat is niet zo. Het bos, de natuurgebieden, alles voelt anders. Misschien komt dat doordat mijn eigen situatie anders is, de pup moet nog wennen aan het lopen, Wiesje is een druiloor, ze loopt met gemak tegen het schrikdraad op of draaft zonder kijken over een wildrooster. Tijdens een tochtje van een kwartier sta ik gerust tien minuten stil om haar uit de modder te vissen, te behoeden voor prikkeldraad of te zorgen dat ze geen bejaarde fietser omver rent. Echt lekker een flink eind doorstappen zit er nog niet in.
Het bos zelf is ook anders. Er zijn andere mensen, nu alles gesloten is, is het bos een nieuw soort entertainment geworden. Gisteren liep ik langs een wat flodderige jongeman die, blik bier erbij, een sigaret stond te roken, middenop het pad, in het gortdroge natuurgebied bij de grens waar vorige week nog een flinke brand had gewoed. Even verderop lag een auto in de greppel, op de achterruit waren twee enorme foto's geplakt van vechthonden. De bestuurder hield in ieder geval wel van dieren, dat moet gezegd. 
Er kwam een bericht van de basisschool van de jongste met het protocol voor hervatting van het onderwijs. Het was een keurig document waarin kraakhelder alles was uitgelegd, maar toen ik het gelezen had moest ik mijn tranen wegslikken. In het lieve, warme schooltje waar mijn kinderen naartoe gaan, waar de anarchie van de krijtborden druipt, waar overheidsbemoeienis normaalgesproken vriendelijk maar vastbesloten buiten de deur wordt gehouden, worden strenge regels van kracht, net zoals op alle andere scholen. Het voelt als iets wat ik helemaal niet wil, en het gebrek aan keuze hierin maakt me machteloos. 
Het is wat het is, het is voor onze eigen veiligheid, we zullen eraan wennen. 
Maar ik merk dat ik me soms kleiner voel, me opkrul. Geneigd ben minder ruimte in te nemen naarmate de gebieden waar ik me vrij voelde, de natuur, de school, stil overgenomen worden door iets waar ik me niet in goed in herken.