Wandelberichten 10 (27-05-2019)

In de zomermaanden wandel ik het liefst in de avond, zo tegen een uur of zeven, acht, als de zon heel langzaam wegtrekt achter de bosrand. Dan is het hele land bezig met andere dingen, kinderen in bed leggen, televisieprogramma's kijken, en dan lijkt het alsof ik even helemaal alleen ben. Ik hou ervan als de randjes van het gras goud worden in het licht, en het water van de vennen zo diepblauw is, een kraaiende fazanthaan op de achtergrond.
Het is de beste tijd om na te denken. Over vrijdagavond bijvoorbeeld, in de kroeg kwam ik een oude kennis tegen, ik vroeg hoe het ging.
'Ik ben tevreden,' zei hij. 
'Dat is rekbaar,' antwoordde ik.
'Precies.'
We dronken een biertje, kletsten wat.
'En hoe gaat het met jou?' vroeg hij toen.
Ik moest daar even over nadenken. De afgelopen maanden waren niet altijd zo fijn en ik vraag me soms af of het nu, op dit moment, wel fijn is, daar weet ik het antwoord nooit op. Over het heden valt vaak verbazingwekkend slecht een oordeel te vellen. Soms lijkt de emotie van de dag ongrijpbare fictie, het laat me verlangen naar het verstrijken van de tijd, alsof ik over een poosje kan terugkijken op deze dag en dan pas kan zien hoe het in werkelijkheid met me ging. 
'Ik ben tevreden,' zei ik.
De oude kennis glimlachte.
Ik hou ervan als de kivieten om mijn hoofd scheren, ik hou ervan als de hond een eekhoorntje de boom in jaagt, van het fluitenkruid dat in grote, witte wolken langs de slootkant staat. Ik hou van jonge maisplantjes op de akkers, van groen, soepel graan dat als een trage massa beweegt in de wind en mijn gedachten absorbeert als een matras.
Misschien is dat wat echt is, meer niet.