Wandelberichten 1 (11-06-2018)

Ik was er al jaren niet meer geweest, in de O. Meestal als ik ga wandelen kies ik een plek ten noorden van de stad waar ik woon, ik weet eigenlijk ook niet waarom. Misschien omdat ik daar nog iets te zoeken heb. De O ligt naar het zuiden, vlak bij het dorp waar ik ben opgegroeid. Vroeger kwam ik er vaak, maar nu was ik al bijna vergeten dat het bestond.
De naam is een beetje vreemd, het komt van Ohe, wat waarschijnlijk van Oë is afgeleid, dat vruchtbare grond langs een rivier betekent. Dat klopt, want verderop, achter de grote boerderij, in het lagergelegen dal, stroomde de Roer. Al kon ik de rivier zelf niet zien, ik zag wel het lint van oeverbegroeiing dat meanderend door het landschap ging.
Ik liep op het smalle pad tussen de glooiende velden. Aan de ene kant stond het koren, grijsgroen en stram nog, straks als het geel is, wordt het leniger en zal het meewaaien met de wind. Aan de andere kant stonden aardappelen. Ik heb een hekel aan aardappelplanten in het landschap, ik vind ze lelijk en ze ruiken smerig, dan nog liever mais.
Het was tegen achten, een beetje nevelig, in de verte zag ik de kerk van het dorp, een molenwiek die boven het bos uitstak, een wolk die voor de zon was geschoven. De randen schenen felgoud, een stralenkrans die in lichtroze erachter vandaan kwam. Hemelbrand. De godenwereld is vergaan, de mensheid is aan zichzelf overgeleverd. Götterdämmerung, dacht ik, dat is wat Götterdämmerung is.
Toen floot ik de hond want er kwam me een langzame fietser tegemoet. Door het kleine bosje, langs het wegkruis, liep ik terug naar de auto.