Verlichtende triestheid (22-11-2016)

Soms drukt het van binnenuit, als een ballon die zichzelf opblaast. Ik weet niet precies waar; bij mijn keel, of toch meer in mijn hoofd, of in mijn longen. Het duwt alles aan de kant en ik krijg steeds minder ruimte voor, ja, voor wat eigenlijk? 
Voor mezelf misschien.
Vorige week vroeg een interviewer of ik een triest persoon ben, omdat ik zo'n triest boek heb geschreven. Ik wist zo snel het antwoord niet, een zaal vol mensen die me verwachtingsvol aankeken. Ik weet niet hoe het is om een ander persoon te zijn, ik weet niet hoe triest andere mensen zijn.
'Ja. Misschien ben ik wel triester dan andere mensen,' antwoordde ik.
Maar later bedacht ik dat dat natuurlijk niet zo is. Ik ben niet triester, donkerder of zwarter dan anderen, ik ben er misschien alleen minder bang voor, voor de duisternis in mij. 
De zwartheid is een ballon die soms alles aan de kant drukt, die me opvult van binnenuit, bezit van me neemt. Het laat me me wanhopig voelen en me naar adem happen. Tot dat ene moment. Dan zeg ik stop en dan verschrompelt het donker. De duisternis is dan kracht geworden.
'Ga je ooit een grappig boek schrijven?' vroeg de interviewer nog.
Nee.
In de triestheid schuilt het vuur, roodgloeiend en warm. 
Triestheid verlicht meer dan het lichtste geluk.