Twijfel (11-04-2016)

Hij keek me wat verward aan. Ik wist niet of het een jongen of een meisje was, maar ik noem hem maar hij. Ik zou hem ook het kunnen noemen, maar dat klinkt alsof het een wezen was, geen mens. Hij had zijn hoofd kaalgeschoren, alleen bij zijn slaap stond nog een streng haar, hij droeg het in een lange vlecht. 
'Help je mee?' had iemand hem gevraagd, een klein klusje, potgrond over bloempotjes verdelen.
Zijn grote, grijze ogen laaiden op,  vragend, twijfelend. Ik keek terug.
Een jaar of twaalf was hij. Of misschien iets ouder.
'Ik weet het niet,' antwoordde hij.
Ik zag dat hij naar de vaardige handen keek die door de zwarte aarde gingen, de grond stevig in de potjes drukten. Het leek zijn twijfel alleen maar aan te wakkeren.
'Ik moet er nog even over nadenken.'
Heel even vroeg ik me af waarom iemand zo moest aarzelen over potgrond, het leek me een eenvoudige keuze. Toen dacht ik aan mezelf, en aan mijn eigen keuzes. Aan dat alles waarvan ik tot nu toe in mijn leven dacht dat het simpel was, maar het nu helemaal niet zo blijkt te zijn. Misschien was de vraag wel een stuk moeilijker dan ik dacht. Waren alle vragen een stuk moeilijk dan ik dacht.
Terwijl hij wegliep, keek ik hem na, hij krulde net zijn vlecht achter zijn oor. Ik benijdde hem heel even.
Dat hij zich zijn twijfel toestond.