Schraal (28-04-2020)

De Ikea is weer open. 
Nou, dan gaat het de goede kant op. 
Als ik zo'n bericht lees schiet de gedachte door mijn hoofd: ach, straks is alles voorbij, waar hebben we ons druk over gemaakt?
Precies een jaar geleden reisde ik met mijn gezin naar Berlijn, een van mijn lievelingssteden. We reden met een tussenstop in Hannover naar de Friedrichstrasse, parkeerden de auto en wierpen ons tussen het drukke meivakantiepubliek in de stad. Als je nu op internet de kaart van de stad bekijkt zie je bij alle musea de woorden 'Tijdelijk gesloten' oplichten, ik kan me ineens niet voorstellen hoe het zou zijn om er weer naartoe te gaan, hoe het is als alles weer zal zijn hoe het was.
Op de laatste avond van ons bezoek reden we in een strakke vijf uur terug naar huis en de volgende ochtend zat ik om half negen in de trein naar Amsterdam. Het was stil op de uitgeverij, veel mensen waren vrij, ik keek door het raam uit over de gracht en kon niet stoppen met rillen. Niet omdat ik het koud had maar omdat ik niet kon schrijven. Al maanden niet. Áls ik schreef leek het of de woorden uit een afgesleten, verdorde laag kwamen, mijn geest als een geërodeerd landschap, kaal, de wind had er vrij spel, alles had er vrij spel. Mijn huid was dun als papier en bloedde bij elke aanraking. Het enige dat ik in die maanden kon denken was een wanhopig: laat de woorden terugkomen.
Ze kwamen niet terug, hoe meer ik probeerde, hoe schraler ik werd, tot ik het opgaf. Ik stopte met mezelf schrijver noemen en probeerde mijn toekomstbeeld bij te stellen. Geen boeken meer maar, ja, maar wat?
Gisteren was het precies zes weken geleden dat de vergrendeling inging. Ik was bang, de toekomst leek plotseling zo onheimelijk en angstaanjagend en mijn leven voelde alsof het stuifzand van mijn geest nog meer dan ooit door mijn vingers glipte. Ik probeerde een manier te bedenken om een vorm te vinden maar er kwam niets. Het enige dat ik deed was mijn website openen, ik schreef een paar aarzelende zinnen over de situatie en hoe ik me voelde.
En nu, na zes weken schrijven, durf ik het te zeggen.
Er zijn weer woorden.