Smetvrees (14-04-2020)

Vorige week moest mijn echtgenoot sollicitatiegesprekken afnemen. Vijf stuks nog wel, via videobelsessies, ook in tijden van een pandemie wisselt men nog gewoon van baan.
W. werkt al meer dan vier weken thuis, vanuit mijn werkkamer meestal, al verhuist hij soms even naar een van de kinderkamers als ik zelf iets moet doen. Op een dag reizen we soms met z'n vieren het hele huis door.
'Wat ziet je overhemd er gek uit,' vroeg ik, toen hij een korte pauze had tussen twee gesprekken in.
Hij had besloten dat hij alleen de bovenste helft hoefde te strijken, alleen het gedeelte dat zichtbaar is op het laptopscherm.
Ik vond dat erg grappig.
Binnenshuis vergeet ik soms wat er aan de hand is. Dan ga ik op in mijn dagelijkse werk en bedenk ik in een vlaag van onbewustzijn dat ik wel even op de thee kan bij een vriendin. Als ik dan al bijna met mijn jas aan sta floept het besef naar binnen. 
Als ik buiten de voordeur ben, even naar de brievenbus fietsen of een stukje lopen, betrap ik mezelf erop dat ik soms mijn adem inhoud als ik andere mensen tegenkom. Pas als ze ruim gepasseerd zijn blaas ik weer uit. 
Dat continu op mijn hoede zijn vind ik misschien wel het meest vervelend. Het virus is als een onzichtbaar spook, het kan overal zijn zonder dat ik het zie. Als ik ook maar iets heb aangeraakt in de openbare ruimte beweeg ik daarna mijn handen alsof ze niet meer bij me horen, dan wil ik naar huis om ze te ontsmetten.
'Tegen de tijd dat we hieruit komen heb ik vast smetvrees ontwikkeld,' klaagde ik tegen W.
Hij keek eens rond in ons huis, dat op zijn mildtst gezegd nogal chaotisch is.
'Nou, dat denk ik niet, Octavie,' antwoordde hij.