Schrijfvrij (08-12-2016)

Ik had mezelf schrijfvrij gegeven, aan het begin van de week. Ik zat er te diep in, vastgezogen, in het diepst van de gevoeligheid. Dus ja. Er was nog zoveel meer in het leven, toch? Ik kon toch niet alle dagen gaan zitten ploegen in dat taaie manuscript. Ik vond dat ik weer moest gaan schilderen, dat lag al een poosje stil, of tekenen, en me misschien eens met mijn kinderen bemoeien, die had ik tenslotte ook nog.
Gisteren las ik een review over Voorland waarin werd gesproken over mijn schrijfstijl als Natuurpoëzie in proza. Natuurpoëzie, ik voelde me gestreeld, maar toch ook verwonderd. Ik heb moeite met het concept poëzie, als ik andermans gedichten lees bekruipt me vaak het dwingende gevoel dat ik iets moet begrijpen. Ik kan het nooit zomaar mooi vinden; de woorden, het metrum, ik zoek altijd naar de ratio erachter.
Misschien, zo bedacht ik, is het hetzelfde als bij muziek. Ik roep altijd heel hard dat ik niet van muziek houd, maar dat is stiekem helemaal niet waar. Ik kan niet zo goed naar muziek luisteren, maar dat komt omdat ik er altijd ontzettend door geraakt word. Ik stel me voor dat er bij andere mensen een soort filtertje zit tussen het oor en de hersenen, maar bij mij ontbreekt die filter, en schieten de tonen als een kanon mijn brein in. Ik weet me vaak geen raad met de klankexplosie, en daarom roep ik maar uit zelfbescherming dat ik er niet van houd. Misschien is dat ook de reden waarom ik altijd zo naarstig zoek naar de betekenis van een gedicht, alleen maar de schoonheid van de zinnen tot me nemen, zou me uit elkaar doen barsten.
Het diepst van de gevoeligheid.
Kortom. Het is dag vier van mijn schrijfvrije periode. Ik wil helemaal niet schilderen of tekenen, de kinderen keken me glazig aan toen ik me al te zeer om hem bekommerde.
Ik wil niets liever dan weer beginnen.