Schrijft boeken, bouwt kassen (09-05-2017)

Afgelopen weekend bouwde ik een kas.
Of nee, nu moet ik niet jokken: mijn echtgenoot bouwde een kas en ik keek glazig (sic) toe terwijl ik nu en dan een schroefje aangaf. Hoewel, soms stond ik ook op een ladder en plaatste ik een glasplaat in een aluminium raampje, ik moet mijn taak ook weer niet te veel bagatelliseren.
Eigenlijk komt het er op neer dat het zonder mij niet was gelukt, met die hele kas.
Sinds de schapen het veld (sic2) hadden geruimd, was onze weide leeg. Eerst kregen de kinderen een trampoline, toen bouwden we een vuurplaats, maar de boel wilde maar niet vol raken. Dan maar een kas dus.
'Ben je er blij mee?' vroeg ik mijn tuinder, toen het ding zondagavond zo goed als klaar was.
Hij was er heel blij mee. Hij voorzag een toekomst vol florerende tomatenplanten, zijn droom.
'Wat vind jij er eigenlijk van?' vroeg hij toen aan mij.
Ik probeerde de opkomende spierpijn uit mijn rug te strekken en keek eens naar het glas dat in een licht stramien tot een bouwwerk was gevormd. Eigenlijk is het bijna kunst, zo'n kas. De hoogste vorm van transparantie, dat wat je vrijwel niet ziet, maar met een groot en duidelijk waarneembaar resultaat.
De zon scheen, de hoge wilgen waaiden bijna stil, de lucht grijsblauw. De kippen scharrelden in het hoge gras om ons heen en tokten zachtjes.
'Ik vind het mooi,' zei ik. 
'Ik ook,' zei mijn echtgenoot. 
En ik zag aan zijn ogen dat hij aan jonge sla dacht.