Schaamte (01-05-2020)

Eerder deze week fietste ik door het dorp. Onder mijn arm had ik twee postpakketten, eentje stopte ik bij een jarige vriendin in de brievenbus, en daarna reed ik door naar het postkantoor voor het tweede pak. Het was druk op straat, veel mensen zijn vrij deze week, fietsende echtparen, bij de supermarkt stonden wat mensen te kletsen, op het pleintje bij de kerk zaten de buurtbejaarden die er altijd al zaten. Als je het niet wist zou het denk ik niet eens opvallen, de anderhalve meter tussen hen in. 
'Ik had het niet door,' zeggen veel mensen tegen me, nu ze weten over mijn depressie. 
Soms voelen ze zich schuldig dat ze niet doorgevraagd hebben of ze begrijpen niet waarom ik niks gezegd heb. Het was niet zo dat er geen gelegenheid was, ondanks alles hield ik mijn sociale contacten, vooral voor de zomer, redelijk op peil. Het was een houvast, ik dacht: als ik dit loslaat dan glijd ik helemaal de afgrond in, laat ik in ieder geval doen alsóf ik nog overeind sta. Ik had soms weken nodig om mezelf op te poetsen voor een feestje of een lunch met vriendinnen, maar alles was beter dan toegeven aan het niks van binnen, en aan de kolkende schaamte daarover.
Ik heb zelden een periode in mijn leven gehad met zoveel schaamte als de afgelopen twee jaar. Het was geen schamen om het feit dat ik een depressie had, het ging over de leegte. Soms, als ik wel eens probeerde om naar woorden te zoeken die zouden kunnen raken aan de inwendige naaktheid, stagneerden mijn stembanden en verkrampte mijn kaak, dan voelde ik hoe mijn ogen glazig werden. Dan trok ik mijn huid als een strakgetrokken mantel om me heen om niemand een blik te gunnen op mijn kaalgevreten binnenste. Na de zomer zag ik om die reden bijna niemand meer. Hoe kon ik bijdragen, hoe kon ik een gesprekspartner zijn, hoe kon iemand mij op waarde schatten, hoe kon iemand van mij houden als wat ik dacht en voelde hol was?
Er is weinig dat zo beperkend werkt als schaamte, en niemand die het ziet.
Als je het niet weet zou je denken dat alles gewoon is.