Quarantainenest (02-05-2020)

Een vriendin had een vakantie geboekt die ze niet kon verzetten, vanuit regio Utrecht naar Limburg.
Gisteren appte ze dat ze aan was gekomen in haar vakantiehuisje, niet ver van waar ik woon.
'Vind je het hier niet akelig?' vroeg ik.
'Nou,' schreef ze terug, 'de cijfers zijn hier wel erg veel slechter dan thuis, ik voel het hier gewoon hangen.'
Ik weet niet hoe het zou zijn om ergens te wonen waar het wit of licht is op de RIVM-kaart, mijn omgeving is het donkerst gekleurd van heel Nederland, het hoogste aantal in het ziekenhuis opgenomen patiënten. 
Soms krijg ik zo'n dystopisch beeld voor ogen, als straks de maatregelen verder versoepeld worden, hoe het dan zal gaan. Dan kom ik in Amsterdam aan en dan gaat iedereen me uit de weg, ik kom namelijk uit het rampgebied, een sticker op mijn voorhoofd is niet eens nodig, mijn zachte G verraadt me wel. 
Een poosje geleden kochten we met het oog op een zomer thuis een grote tuinbank, het gevaarte werd geleverd en was wat groter dan we hadden ingecalculeerd (vanzelfsprekend), er zaten negen reusachtige kussens bij.
'Waar laten we die eigenlijk als het regent?' vroeg W terwijl hij de delen aan elkaar monteerde.
Ik keek naar de stapel en had geen idee. Misschien hadden we dat moeten bedenken voordat we bestelden.
Maar ja.
'Misschien gaat het deze zomer niet regenen,' antwoordde ik.
Sinds het begin van de vergrendeling was het weer aaneengesloten stralend geweest, maar deze week sloeg het om. De kussens stonden sindsdien in de weg de woonkamer, wat vooral Wiesje heel leuk vond. Gisteren kreeg ik een idee, ik maakte er een toren van en schoof ze in de L-vorm van onze bank, zodat we een soort vierkant bed hadden. Daaroverheen drapeerde ik wat dekens. Het zag er erg gezellig uit.
'Het is een quarantainenest,' stelde de oudste dochter vast, en we kropen er met z'n vieren op.
Zo keken we een film en nog een, en daarna lazen we allemaal. We hoefden eigenlijk niet eens naar bed maar zouden zo kunnen blijven liggen. Wekenlang.