Prentenboek (04-06-2020)

Op 3 januari maakte ik de eerste linosnede van 2020, het werd een pauw. Ik herinner me dat ik verbaasd was over het feit dat ik ineens weer iets moois kon maken, na maanden van depressie en de daaruit voortkomende donkere inkt-illustraties. Met de pauw leek het alsof er een zegel verbroken was en kwam er meer. Een buizerd, kraanvogels, een hop. Eind januari was ik onderweg naar Amsterdam toen ik een mailtje kreeg van een kinderboekenuitgeverij, of ik interesse had om mijn linosnedes te bundelen tot een mooi prentenboek. Ik was al eens eerder met een kinderboekenuitgeverij in gesprek geweest, een andere dan deze, met ander werk, een jaar of tien geleden. Het beviel me toen niet, ik kon mijn draai in het overleg niet vinden en ik liet de opdracht voor wat het was. Het was zoals het moest zijn, er kwamen andere dingen, ik ging voor een tijdschrift werken en ik schreef mijn eerste roman. Maar nu, al die jaren later, voelde deze mail als iets dat moest gebeuren, een vlammetje ontbrandde en nog voordat ik had teruggemaild vertelde ik het al op het feestje waar ik die avond was aan wat mensen.
Begin februari stapte ik voor het eerst het grote glazen pand aan de Wibautstraat binnen, het was een vrijdagochtend, de zon scheen, ik liep met de uitgever de trappen naar boven op. Het gesprek was licht, rustig, ik voelde me op mijn gemak en keek de redactiekamers in, boeken hoog opgestapeld. Het deed me denken aan de kinderboekwinkel van mijn vriendin, daar kom ik graag, er was geen twijfel.
En nu is het rond. In 2021 komt mijn eerste prentenboek uit. De statige vogelprenten vorm ik langzaam om tot levende karakters, er komt een vogeltje bij dat alles aan elkaar lijmt en er komt kleur bij in mijn hoofd.
Op de achtergrond maak ik nog altijd de donkere inkt-illustraties, elke dag nog wel een. Het vat waar die uitkomen is blijkbaar nog niet leeg. Maar de vogels die daarnaast mijn leven bevolken brengen lucht. En ik ben ontzettend blij.