Op een bank onder de plataan (29-06-2018)

Er moest een nieuwe bank komen. Dat kwam omdat in de oude een muis zijn intrek had genomen. Op een koude winteravond voelde ik iets zachts langs mijn arm lopen en bij het verwijderen van een kussen keken me twee zwarte kraaloogjes aan.
'Dit kan zo niet, Octavie,' zei mijn echtgenoot.
'Ach,' zei ik.
Maar de volgende dag gingen we naar de meubelzaak en bestelden een deugdelijke, volwassen zitbank.
Die werd vorige week bezorgd.
'Prachtig designbankie, mevrouw,' zei de man van de bezorgservice, 'en ook nog van Nederlandse makelaardij.'
Ik knikte en zei niks over het woord makelaardij, dat vond ik goed van mezelf. De man monteerde de pootjes, tikte aan zijn slaap en vertrok.
Toen was ik alleen in huis, met twee banken. Ik wist ineens wat ik met de oude zou gaan doen, en sleepte hem door de tuindeuren naar buiten. Onder de grote plataan, met uitzicht op de stokrozen, zette ik hem neer.
Daar lig ik nu alle dagen en ik begrijp niet dat ik ooit zonder een bank in de tuin heb gekund. Ik overpeins er het leven, het schrijven en alles ertussen in, en bij iedere goede gedachte komt er een windvlaag die de plataanbladeren laat applaudisseren.
Als ik zo lig dan stel ik me voor dat er in het donkere onderstel de muis nog steeds woont, zijn snorharen poetst, aan een verloren chipje knabbelt. Af en toe werpt hij een liefdevolle blik omhoog, waar hij de afdruk van het grote mens in de kussens ziet.
En dan ben ik intens tevreden.