Misschien is het troost (10-10-2018)

De nazomer is perfect dit jaar, precies zoals een nazomer hoort te zijn. De nachten koud, vorst aan de grond, en de middagen vol zacht strijklicht. Het voelt gelukzalig, het strookt met de verwachtingen. De natuur in al zijn volmaaktheid. Gisteren wandelde ik langs de bosrand. Het bos stulpte over het pad, drong zich op in al zijn geel en gloeiend oranje, je kon er niet langs kijken, de schoonheid adembenemend.
Ik weet nooit wat het precies is dat herinneringen triggert. Of het de beelden zijn, de kleuren, een windvlaag die op een bepaalde manier tegen je wang waait, de stand van de zon. 
Ieder jaar rond deze tijd van het jaar denk ik aan iets dat vijftien jaar geleden gebeurde. Ik was in verwachting. Het was er zomaar ineens, zonder dat we er al te veel over nagedacht hadden en ik voelde me vreemd en ook een beetje kaal na het uitblijven van de menstruatie.
De weken verstreken, september, ik keek vaak naar mijn buik. Daar was weinig aan te zien maar toch zat er iets in, dat vond ik moeilijk te geloven. Ik kocht sokjes, lichtblauwe, van mijn moeder, haar ogen waren zacht geworden nadat ik het nieuws verteld had,  kreeg ik een rompertje.
Tijd ging voorbij, oktober. Op mijn werk kotste ik op een dag bijna over mijn bureau heen. Ik dacht na over een wiegje en welke kleur dekentjes en de bevalling.
Het werd november. Zou het blond of donker haar krijgen, ik zou het een tuinbroekje aantrekken, en laarsjes, zou het gaan studeren, zou het gelukkig worden?
'Het hartje klopt niet,' zei de verloskundige toen ik precies twaalf weken zwanger was. 'Jullie kindje is dood.'
'Ik wil dat het eruit is,' brulde ik diezelfde avond nog, mijn lijf een grafkist.
Vier weken duurde het voor mijn baarmoeder begreep dat het in volledige zinloosheid een dood kind vasthield. Vier weken die ik nodig had om het kind te leren koesteren, om te beseffen dat dit de enige tijd was dat ik het bij me kon houden voordat ik het voor eeuwig af moest staan.
Op een donkere decemberavond werd een heel teer, klein maar gaaf baby'tje geboren. 
We begroeven het, mijn hart scheurde kapot bij de gedachte aan mijn kind in de koude, natte kleigrond.
In de natuur heerst geen enkele regel, volmaaktheid bestaat niet, slechts chaos. 
Heel af en toe lijkt het alsof er heel even iets is dat grenst aan perfectie. Een gelukzalige nazomer, een wandeling langs de bosrand, de bomen die feloranje in de avondzon staan, de wind zacht.
Misschien doet het er niet toe dat het schijn is, misschien is het onze troost.