Ik weet het niet (23-03-2016)

'Gaat het hier ook gebeuren?'
Ze vraagt het alsof de vraag niet van haar is, maar al een poos bestond. Alsof hij in de lucht hing, ze hoefde hem alleen maar te vangen en aan mij te stellen.
Ik aarzel.
'In Nederland kan zoiets ook gebeuren ja, aanslagen zoals in Brussel,' antwoord ik. 'Maar de kans dat het in onze wijk gebeurt is denk ik heel klein.'
Ze tekent met haar vinger in een plasje geknoeide ranja. Donkere strepen op het houten tafelblad.
'Is dit wat oorlog is?'
Mijn gedachten schieten naar afgelopen zomer. Haar grote, bange ogen in het geblindeerde donker van het Anne Frank-huis. Het was druk, te druk, en benauwd. De woorden, het dagboek, het was ineens werkelijkheid geworden. 'Ik wil hier uit,' had ze gezegd, en toen waren we nog maar net binnen, en terug konden we niet meer, in het Anne Frank-huis is alles eenrichtingsverkeer. 
'Ik weet het niet,' zeg ik. 
Samen kijken we naar buiten. Een koolmeesje zit op de rand van een bloempotje dat vol is gelopen met water, hij dompelt zijn snavel onder en drinkt. Ik vind het geruststellend, een vredig tafereel, maar tegelijkertijd ook niet. Zelfs in tijden van de gruwelijkste oorlogen dronken koolmeesjes gewoon hun water. 
Langzaam besef ik dat ik het echt niet weet. Dat ik niks weet. Niemand weet het. Niemand, nergens. Al die jaren dat ik dacht dat ik het wel wist waren een illusie. De toekomst is een vat vol grillige onvoorspelbaarheid, en ik zie het nu pas.
Ik open mijn mond. 'Ben maar niet bang,' wil ik zeggen.
Maar ik zwijg.