Hoeps, Wie, Ah Ah (27-03-2017)

Soms zijn er woorden waarvan je je niet bewust bent. Je gebruikt ze wel, maar dat weet je eigenlijk niet. Misschien komt dat doordat je ze nooit opschrijft, een woord dat nooit geschreven wordt is eigenlijk onzichtbaar. En onzichtbaar staat in onze taal bijna gelijk aan onhoorbaar. Hoeps bijvoorbeeld. Als je het zo ziet staan denk je: ha, dat zeg ik nooit. Maar let maar eens op, iedereen zegt het. Hoeps, daar gaat de luchtballon de lucht in. Hoeps, daar spring je over het slootje.
Of Wie, met een lange ie. Je kindje van twee glijdt van de glijbaan, wieieie. Ah Ah, in plaats van nee. Heb je de deur op slot gedaan? Ah ah.
Nu zou je kunnen zeggen dat het niet echt woorden zijn, meer een soort uitroepjes. Als een onomatopee, een klanknabootsing, zoals slurp, of smak. Maar slurp of smak kennen we wel op schrift, en er zijn meer uitroepen die we niet gek vinden: floep bijvoorbeeld, dat kun je zelfs als min of meer abstract werkwoord gebruiken: sorry, het floepte eruit.
Misschien is er ook wel een andere reden dan het louter verbale karakter van deze woorden waarom we ze niet goed horen. Misschien zijn het woorden die al zo lang meegaan met de taal dat ze bij het meubilair zijn gaan horen. Iedereen gebruikt ze, maar niemand ziet ze meer, als een oude keukenstoel staan ze daar maar. Iedereen gaat erop zitten, maar niemand vraagt zich meer af waar de stoel vandaan is gekomen. Misschien moeten ze nog even doorevolueren. Gaan we Hoeps op een gegeven moment ineens op waarde schatten. Denken we: hé, dat hoeps is eigenlijk een heel grappig woord, laten we er eens wat meer mee doen. Dan wordt het misschien wel een werkwoord: kom mensen, even onder het prikkeldraad doorhoepsen, zijn we zo thuis.