Hoe zachter ik werd (11-07-2017)

Het kwam traag binnenrollen, dat herinner ik me nog. Niet met een dreun, zoals je dat misschien zou verwachten bij een openbaring die aan de visie op het bestaan tornt, maar zachtjes en goedmoedig.
Het besef dat het leven me niets verschuldigd is.
In zijn kielzog nam hij nog een ander bewustzijn mee; niet alleen het leven is me niets verschuldigd, ook de wereld niet, de mensheid niet. De toekomstige, noch die uit het heden of verleden.
Het kan zo zijn dat ik, in de ondoorgrondelijkheid van de nieuwe visie, pril en donker als een schemerochtend, mijn vuisten balde en om me heen maaide.
Ook liep ik op mijn tenen in kleine, aarzelende pasjes om iets heen. Een pijn misschien, dacht ik, of een angst. Of iets dat ik miste en waarnaar ik op zoek was, een geheim.
Het nieuwe besef vroeg weinig van me, eigenlijk niets. Nog minder dan niets, een stilzijn. Het vroeg van me dat ik achterover leunde en wachtte, waarop wist ik niet, dat wist niemand.
Hoe langer ik wachtte, hoe stiller het werd, hoe zachter ik werd.
Het wachten was geen wachten meer.
Dat waar ik omheen had gelopen met kleine passen, dat was het.
Het geheim bleek mezelf te zijn.
Als het leven me niets verschuldigd is, ben ik mezelf niets verschuldigd.