Het mistige gebied tussen schrijver en hoofdpersoon (23-11-2016)

Ik moet altijd nadenken. De hele tijd en het stopt maar niet, soms is het zo erg dat ik bang ben dat er iets begint te schroeien in mijn hoofd, een klein brandplekje waar rook uit omhoog kringelt en dan: een gat.
Het denken is alleen oplosbaar door te schrijven. Ik vorm de gedachten om tot ze passen binnen mijn verhaal, ik wrik ze in het gelid van woorden en zinnen, en als ik daarmee klaar ben dan begint alles weer opnieuw. 
Een lezer vroeg me of mijn hoofd hetzelfde werkt als dat van Wolf, de hoofdpersoon uit Voorland. 
Ik wist niet wat ik moest antwoorden. Ik ben natuurlijk niet de hoofdpersoon. Maar de gedetailleerde omschrijvingen van alles wat hij ziet en hoort zijn wel uit mij gekomen. Ik heb Wolf heel intrinsiek geschreven, en aangezien ik alleen maar mezelf ken van binnenuit, is het zeer aannemelijk dat mijn eigen belevingswereld verweven is met die van hem.
Soms weet je als schrijver niet precies waar je zelf eindigt en waar je karakter begint, een mistig gebied. Ik wantrouw schrijvers die heel hard roepen dat niets aan hun boek autobiografisch is, ik geloof niet dat dat kan.
Soms twijfel ik, dan denk ik dat ik alleen schrijf om het smeulende denkplekje in mijn hoofd iedere dag opnieuw te blussen.
Uit angst voor het gat in mijn hoofd.
Maar dat is niet zo. Ik schrijf omdat ik wil laten voelen, wil laten zien, op zoek naar hen die herkennen.
Ik leg mezelf bloot omdat ik zoek naar de universaliteit, de kern, dat wat ons bindt.
Als ik zo ben, zullen meer mensen zo zijn.