Goethe en de tendens van het gemak (30-01-2017)

Ze is twaalf, mijn oudste dochter, en dus moet er een middelbare school gekozen worden. Lange tijd leefden we in de veronderstelling dat de school om de hoek prima was, maar er kwam iets tussendoor. Een eigen mening. En dus begeven we ons in de chaos van de open dagen.
Zo bezochten we afgelopen weekend twee scholen. Op de eerste school waren er proeflessen die hoge ogen scoorden, de tweede school was kleiner en in een prachtig gebouw. De eerste school heeft waarschijnlijk een loting, de tweede is slechter bereikbaar. In hoeverre laat je een keuze over aan een twaalfjarige die nog iedere dag over haar eigen schoenen struikelt omdat ze haar veters vergeet te strikken?
Het werd, kortom, tijd dat ik me ermee bemoeide. Ik bladerde in wat schriften en ondervroeg leraren. Een roodaangelopen leraar Duits beantwoordde mijn vragen. Het leek de goede kant op te gaan, tot ik over de klassiekers begon. Of ze Goethe behandelden, bijvoorbeeld. 
'Nou nee, mevrouw, Goethe is wel erg moeilijk.'
Ik trok een snobistisch gezicht en zette een mentale streep door de school.
Wat is dat toch voor een tendens, dat wanneer iets moeilijk is, het maar afgeschaft wordt? Is de basis van het leren niet dat je het moeilijke leert te overwinnen? Dat je ontdekt dat als je doorzet, er dan een wereld vol kennis én schoonheid schuilgaat achter de barrière van het harde werk? Kweken we zo geen luie, apathische mensen die opgeven zodra ze iets moeten doen dat buiten hun comfortzone ligt?
Natuurlijk is Goethe moeilijk. Maar ook prachtig en verrijkend. Een schitterende wereld die altijd verborgen blijft als je stopt op het moment dat je denkt dat je het niet kan. Of erger: als er vóór je gedacht wordt dat je het niet kan.
Als je alles wat moeilijk is weghaalt, wordt de wereld plat, en de mens erbij. 
Hoe dan ook. De keuze is nog niet gemaakt, er zijn nog een paar open dagen te gaan. Ik hoop op een mooie verrassing aan het einde van de netelige zoektocht.