Goed (12-05-2020)

Daar ging ze vanochtend, voor het eerst na twee maanden weer naar school, mijn jongste.
Ik fietste naast haar, het was stil op straat, fris ook, de wind ging door mijn dunne jas. Ze rilde op haar rode fietsje, ik vroeg me af of het door de kou kwam of door de spanning.
Gisteravond vertelde ze me dat ze heel erg veel zin had om haar vrienden weer te zien maar dat ze het ook akelig vond. De nieuwe regels, hoe alles zou gaan, de kans dat ze ziek zou worden. Voor het eerst in al die weken dat ze aangaf dat ze nadacht over het virus. 
Ik was blij dat we laat vertrokken waren, al was dat niet helemaal met voorbedachte rade, we hadden allemaal wat moeite om weer op gang te komen. Haren borstelen was er al een tijdje niet meer echt van gekomen.
Er was niemand meer in de buurt van de school, alle kinderen waren al in de klas. Later, toen ik thuis was, hoorde ik dat een stadswacht een poosje bij de ingang had gestaan. Ik huiverde bij de gedachte en was blij dat mijn kind dat bespaard was gebleven, een uniform bij haar schooltje.
Ik had er goed over nagedacht, over dit besluit. Soms moet je even alle angst de revue laten passeren om tot de conclusie te komen dat er ook een manier is om erover heen te kijken. De bezorgdheid is er, maar ik bestrijd haar met vertrouwen en soms iets dat in de verte lijkt op een gebed, aan wie of wat dan ook. Ik houd de statistieken in de gaten, hoop dat ouders en leraren verstandig zijn en laat het los.
Mijn ochtend verliep verrassend gewoon, ik had de woonkamer ineens weer voor mezelf, W en de oudste waren al vroeg naar boven vertrokken, het was stil in huis. Vreemd hoe, als je eenmaal de drempel over bent, het besluit genomen is, weer razendsnel in de bandensporen van het verleden verder gaat en het normale patroon voor kalmte kan zorgen.
Zelf had ik gisteravond, iedereen was al richting bed, ineens moeten huilen. De afsluiting van een periode met z'n vieren, en van een algemene vergrendeling, het gaf me vaag het gevoel dat de wereld ineens mijn leven leidde. Voor mij veranderde er weinig, ik zit vrijwel altijd thuis, angsten zijn mij niet vreemd, maar nu ineens zat iedereen in deze positie. Het leek heel even een gevoel van verwantschap op te roepen, het fundamentele gevoel van eenzaamheid dat ik altijd met me meedraag op te vullen.
Vanochtend, de fiets geparkeerd, de handen gewassen, ging ik op de grond zitten en speelde even met Wiesje, die als enige een beetje met de ziel onder de arm rondliep, ze miste haar speelkameraadje.
Het is goed zo.
Wat de toekomst ook mag brengen, dit stukje kunnen we achter ons laten, en ik kan er weinig meer over zeggen dan dat we dit goed hebben gedaan.