Gewoon (15-05-2020)

Eigenlijk was ik van plan om te stoppen met deze serie op de eerste schooldag na de vergrendeling. Dat leek me een mooi afgerond einde van een fase, en ik hield in mijn achterhoofd dat als ik nog niet wilde stoppen met schrijven, dat ik dan in ieder geval zou stoppen met schrijven over de pandemie. Ik zou weer over de gewone dingen kunnen schrijven, ergens zat er in mijn hoofd een vage aanname dat met het weer naar school gaan van de jongste er ook een terugkeer zou zijn van het dagelijks leven. Ik zou weer eindeloze stukjes kunnen tikken over verse radijzen uit de kas en hoe mooi de braamstruik bloeit, net als vroeger.
Nou ja. Dat was dus niet zo. De twee dagen dat ze op school is zetten natuurlijk weinig zoden aan de dijk, dat had ik vantevoren ook wel kunnen bedenken. Er moet nog steeds gethuisschoold worden en voor de rest is alles ook nog steeds akelig hetzelfde. Met een potentiele besmettingshaard in huis durf ik nu mijn ouders helemaal niet meer te naderen, waar we de laatste weken van de scholensluiting soms even samen in hun tuin zaten, beperken we ons ruilsysteem nu weer tot afstandelijke overdracht.
Maar toch. Soms lijkt het er wel op, op een normaal. Sjra, het zeilbootje van de oudste was klaar, ze had weken geschuurd en geverfd met haar vader en hij glom in fris geel en wit. Verlangend keek hij uit naar het maaswater toen we de trailer gisteravond van de helling reden, hij dobberde in het ondiep, op de bodem schoten kleine vissen weg. Mijn dochters klommen erin en peddelden door de haven naar onze aanlegsteiger, de oude baas van de zeilschool kwam even kijken en wist niet wat hij zag.
'Is dat Sjra?' vroeg hij.
Hij kon het niet geloven.
We kletsten even, de zon zakte achter de landtong, op de open plas was nog iemand aan het zeilen. Een meerkoet kwam uit het riet, het water was zeldzaam blauw.
Het was een gesprek zoals we dat al zo vaak hadden gehad, al die zomers dat we in het zeilhaventje komen. Alleen het lange grijze haar van de baas en onze afstand verraadde dat alles anders was. Maar als ik net deed alsof dat er niet was, voelde heel even alles zalig gewoon.