Fuiven (05-06-2020)

Het waren de jaren dat ik me schaamde over de schoenen die mijn moeder droeg, plomp en met brede neuzen, en als ik er iets over zei antwoordde ze: ja maar ze zitten zo gemakkelijk. Ik heb daardoor nog altijd een lichte afkeer van het woord gemakkelijk in de betekenis van fijn of comfortabel, zoals je dat in Limburg nog wel hoort.
Ik deed eindexamen en slaagde met twee vingers in de neus, zelfs voor economie had ik een voldoende. Jaren had ik geworsteld met het vak, het enige waar ik moeite mee had, de jonge economiestudent waar ik bijles bij nam was verbaasd dat ik telkens slechte cijfers haalde, ik begreep alles. Achteraf denk ik dat alles samenhing met de despotische economieleraar, ik had toen al moeite met autoriteit.
Na het examen kwamen de fuiven. Iedereen gaf een feest, alleen of in groepjes. Ik was geen populair kind en ik werd lang niet door iedereen uitgenodigd, en toch herinner ik me een zomer waarin de feesten zich aaneenregen. Ik had ontdekt dat korte rokjes de populariteit konden laten stijgen en ik denk met plezier terug aan een kraakwit exemplaar waarin ik niet kon bukken. 
Zelf gaf ik ook een fuif, er was een ruzietje met vriendinnen, zoals dat hoort, er viel iemand af en zo gaven we het met z'n drieën, in de harmoniezaal. Op doordeweekse dagen repeteerde daar de harmonie maar nu sleepten we er ladingen chips en snoep naartoe, achter de bar stond Ciel, Ciel woonde in het oude gedeelte van het dorp, lachte nooit en rookte als een ketter, maar tappen kon ze prima. Onze moeders maakten broodjes worst klaar in het keukentje waar het chronisch rook naar koude schotel en vertrokken toen, gedreven door ons ongeduld, naar huis.
Er kwamen vrienden uit het hele land, en iedereen bleef slapen, 's ochtends werden we wakker op de plakkerige linoleumvloer door het licht dat door de hoge ramen naar binnen scheen, op de stoffige hoezen van de slagwerkinstrumenten achter in de zaal. Er was een jongen waar ik een eerste, aarzelige liefde voor had opgevat maar waarvan ik dacht dat hij me niet zag staan, jaren later kwam ik hem tegen op een studentenfeest en bekende hij me dat hij in die tijd ook verliefd op mij was geweest. De tragedie die het leven is.
Het was de zomer dat ik voor het eerst in mijn leven een idee kreeg wat vrijheid in moest houden, al zat alles nog aan banden, toch begon er iets te gloren. Mijn ogen veranderden van focus, richtten zich op iets dat ver voorbij de harmoniezaal lag, de school, het dorp, de kinderen waarmee ik opgegroeid was, de schoenen van mijn moeder. Zo'n zeldzaam moment in je leven dat je weet dat er meer moet zijn dan dat wat je kent en hoewel je nog niet weet wat het inhoudt, de nieuwsgierigheid wint en je alles lostrekt en gaat.