Finland (03-05-2020)

Anne is mijn Finse vriendin. Ik leerde haar kennen op mijn zestiende, viavia kreeg ik haar adres omdat ik graag brieven schreef en zij blijkbaar ook. Een donkerharig meisje, een half jaar jonger dan ik, bolle wangen op de foto die ze me stuurde bij haar eerste brief. We schreven twee jaar, toen was ik achttien en stapte op het vliegtuig om haar voor het eerst op te gaan zoeken. Het vliegveld van Helsinki was in 1995 niet veel meer dan een soort woonkamer, op de vloer lag een visgraatparketje. Anne stond me buiten op te wachten, na jaren schrijven was het ineens vreemd om de woorden die zich tot dan toe alleen in onze hoofden hadden afgespeeld nu ook hardop uit te spreken, we struikelden over onze zinnen in gehaast schoolmeisjesengels. We brachten een paar dagen in de hoofdstad door, logeerden in een communistisch aandoende hoogbouwwijk bij een verre nicht, dronken wat in vreemde ruimtes die meer leken op fabriekskantines dan op de horeca zoals ik die kende, en reden toen roadtrippend naar de omgeving van Jyväskylä, Midden-Finland, waar ze nog met haar ouders woonde. Onderweg stopten we een keer, het was al laat op de avond, bij een verlaten meer. De mist kwam uit de verte aanrollen, Anne trok haar kleren uit en sprong in het water, toen we nog nat terug in de auto klommen, liep er verderop een eland voorbij.
De weken regen zich aaneen, het was zeldzaam zonnig en warm die zomer. We gingen naar de familie-Datsja een stukje ten noorden van de stad, zwommen elke dag en visten in de avonden op snoek. Later sneden we dan berkentakken die we tot bosjes aaneen knoopten voor in de sauna, het water waarmee we ons afkoelden kwam rechtstreeks uit het ijskoude meer. 
Ik ben er nog vaak teruggeweest, twee jaar later reisde ik met de nachttrein van Helsinki, via een tussenstop bij Anne naar Lapland. Daar kampeerden we op de poolcirkel, de nachten waren ijzig en melkwit, de zon ging niet meer onder. Nog weer later nam ik mijn ouders en kinderen mee, Anne's zoon en dochtertje gebaarden met handen en voeten tegen mijn dochters en struikelden over hun zinnen, precies zoals wijzelf de allereerste keer tegenover elkaar hadden gestaan. Met twee gezinnen logeerden we in de Datsja, visten op snoek en gingen in de sauna.
'We willen graag naar Nederland komen,' schreef Anne, ergens eind vorig jaar.
Ik sprong een gat in de lucht, we maakten plannen, haar laatste keer hier was alweer zeker zeven jaar geleden. Samen naar Amsterdam, dat ze haar kinderen graag wilde laten zien, en natuurlijk bij ons logeren, misschien konden we een tent opzetten in onze achtertuin.
Al weken houden we elkaar op de hoogte van de laatste virusontwikkelingen, met lede ogen zagen we de sluiting van de grenzen aan, het opgeheven vliegverkeer. In Finland is de situatie iets minder erg dan in Nederland, maar ook daar werkt iedereen thuis en zijn de scholen dicht, al houden ze dezelfde datum aan voor heropening.
'We'll see what the future brings us,' sloten we vandaag ons app-gesprek af.
We zullen het zien.