Een slapend geitje (13-12-2016)

Lang geleden, de mensen die me al heel lang volgen weten het misschien nog wel, had ik een geitje. De moeder was gestorven bij de geboorte en ik nam het beestje, net een paar uur oud, mee naar huis. In de auto, in een kartonnen doosje met wat stro, het schemerde al. Sjefke noemde ik hem, en eenmaal thuis kon Sjefke niet stoppen met rillen. De avond viel. Ik besloot tot iets wat tegen al mijn huisregels indruist: Sjefke mocht mee naar de slaapkamer, het doosje naast mijn bed. Die nacht sliep ik met mijn hand op het warme lijf, en ik droomde dat ik een babyhertje had, met wankele pootjes en grote, glanzende ogen.
De volgende dag was het beest opgeklaard en wandelde hij vrolijk met me mee, het hele huis door. Nog weer een paar dagen later sprong hij met bonkende hoefjes op de keukentafel, tussen het ontbijtservies. Toen hij gespeend was en geen flessenmelk meer kreeg, verbande ik hem naar de schapenwei. Daar brulde hij de hele dag tot hij zijn surrogaatmoeder weer zag (mij) en doopte ik hem om tot Sjefke De Kleine Krijsgeit.
Uiteindelijk is Sjefke verhuisd naar een boerderij waar meer geiten waren, maar ik denk nog vaak aan hem. De klossende pootjes die te groot voor zijn lijf leken, het harde kopje, de stompe snuit die hij licht snuivend in zijn flank duwde als hij zich oprolde om te gaan slapen.
De vorm van een slapend geitje, er is weinig aandoenlijker.