Een poster en een schaap (31-03-2020)

Iedereen in de gemeente kreeg een poster in de brievenbus, die kon je ophangen voor je raam. Aan de ene kant was hij rood met de tekst 'Ik kan wel wat hulp gebruiken', de andere kant was groen met erop 'Ik kan helpen'. Eronder was ruimte om je telefoonnummer op te schrijven.
Dat vond ik heel lief en schattig en plattelands maar hé, het is ook in Limburg geen 1950 meer.
Gelukkig stond in de begeleidende brief dat je dat telefoonnummer misschien maar beter niet kon delen. 
NEE DAT LEEK MIJ OOK.
Ik heb de poster nog op geen enkel raam in de stad gezien, maar goed, dat kan natuurlijk komen doordat ik netjes thuisblijf.
Wat ik ook heel schattig vond was het initiatief van de berenjacht.  Mensen zetten knuffelberen voor hun raam zodat ouders met jonge kinderen tijdens hun ommetje op zoek kunnen naar beertjes, naar het prentenboek Wij gaan op berenjacht.
'Hebben wij eigenlijk een knuffelbeer in huis?' vroeg ik aan de jongste.
Ze verdween naar boven en kwam na een poosje terug met een schaap.
'We hebben geen beer, ik heb er maar eentje gepakt die er het meeste op leek.'
Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en bedacht dat je daar met wat fantasie inderdaad best een beer in kon zien. Ik reeg een draad door de kop van het schaap en hing hem boven voor het raam van de overloop. Daar bungelde hij vriendelijk heen en weer en ik was tevreden.
De volgende ochtend besloot ik een foto van het schaap te maken om die naar een vriendin te sturen, ze heeft een kinderboekenwinkel en zou mijn deelname zeker waarderen. Op sokken liep ik snel het tuinpad op, nam de foto en verstuurde hem meteen.
'Wat is dát voor een rare beer?' appte de vriendin terug. En daarna: 'Wat een lugubere foto!'
Ik keek eens goed.
Het leek inderdaad alsof er zich een schaap voor mijn raam verhangen had.