Een kanarie (14-12-2015)

Lang geleden kwam ik wel eens bij een oud vrouwtje, ze woonde in het voorste deel van een eeuwenoude boerderij, twee vierkante ramen die uitkeken over eindeloze weilanden. Haar woonkamer stond volgepropt met zware, eikenhouten meubels, er was bijna geen plek meer om te lopen. Het was er warm en een beetje stoffig.
Weggezakt in de diepe bank keek ik dan de keuken in. Een kooitje schommelde zachtjes aan het plafond, erin zat een gele kanarie. Kleine kraaloogjes, iele pootjes, een kort, bot snaveltje. Ik vroeg mij wel eens af of de kanarie niet graag de wijde wereld in zou willen. Het deurtje van zijn kooi zou openen, het keukenraam uit en dan weg. Met zijn vleugeltjes fladderend over het weidse landschap, de wind voelen, voor het eerst in zijn leven, kijken naar de wolken en echte boomtakken onder zijn poten voelen, in plaats van een plastic stokje uit de dierenspeciaalzaak.
Maar steeds als ik naar het kleine gele kopje keek, kon ik echt nergens maar een greintje zieligheid ontdekken. Er leek me geen enkel besef van een andere wereld dan die waarin hij nu zat. Hij hipte vrolijk op zijn stokje, at wat en zong een deuntje. De gevangenschap vanzelfsprekend. De tralies gelukzalig onzichtbaar voor hen die zich niks afvragen.