Een gezellig verhaaltje voor koningsdag (27-04-2018)

Iets ten noordoosten van de stad waar ik woon, staat een prachtig kasteel. Ik rijd er vaak langs als ik met de hond ga wandelen, het is omzoomd door bossen en weiden, een geweldige plek.
Ik stel me voor dat het er in de zomer van 1572 schitterend moet hebben uitgezien, de lucht blauw, de bomen vol in het blad, het stille water van de slotgracht glinsterend in de zon.
Het was juli toen het leger van Willem van Oranje het kasteel op brute wijze innam en op 23 juli trokken de troepen zuidwaarts om aan de poorten van Roermond 'in 's Prinsen naam' de stad op te eisen. De burgers boden tegenstand, maar het wilde niet baten. Gedreven door godsdiensthaat en op jacht naar de schatten uit de Katholieke kerk, richtte het leger een bloedbad aan. In het Kartuizer klooster werden 12 monniken en 1 burger op gruwelijke wijze vermoord. De 13 zwaar verminkte lijken werden publiekelijk tentoongesteld in de stad.
Het klooster bestaat gewoon nog steeds, 1572 is minder lang geleden dan je denkt. Als je ooit Roermond bezoekt, ga er vooral even langs, in de Caroluskapel vind je namelijk nog de schedels van de vermoorde monniken, ze zijn tentoongesteld in een glazen kastje.
Zo, genoeg gekletst. Ik ga de vlag even uithangen. Rondje over de vrijmarkt lopen. Oranjetompoesje eten.
Ik ben namelijk enórm koningsgezind.