De werkelijkheid (14-05-2020)

Soms, als ik een serie uit heb gekeken kijk ik hem meteen daarna nog eens, maar dan alleen voor de figuranten. In een goede serie zijn de hoofdpersonen met een beetje geluk geloofwaardig en krijg je de illusie dat alles echt is wat er gebeurt. Als je bij het kijken de hoofdpersonen negeert en alleen kijkt naar de niet-sprekende bijfiguren draait alles andersom. Dan zie je juist de echte wereld doorsijpelen en wordt wat bij de eerste keer echt leek nu fictie.
(Het beste werkt dit bij een serie met heel veel figuranten, zo heb ik me dagen achtereen vermaakt met Gilmore Girls. In een bepaalde episode zit er een mevrouw in het eethuis, schuin achter de hoofdpersoon en ze prikt zeker twee minuten lang repeterend in haar nep-eten zonder iets in haar mond te stoppen. In het koffiehuis van Friends is het ook altijd leuk, alle mensen die op de achtergrond zogenaamd zitten te lachen, het ziet er niet uit.)
Ik las in een artikel in de krant over de fases die je als mens doormaakt na een trauma. Als er een bominslag is geweest, of een tsunami en je overleeft dat dan treden er allerlei psychologische processen in werking. Eerst ben je heel blij dat je nog leeft, dan komt er saamhorigheid en dan word je boos. De professor die er verstand van had kon precies aanwijzen welke stadia we al gehad hebben in het kader van de pandemie, alleen de woede is een beetje een probleem. Het trauma waar we nu in zitten smeert zich uit over een langere tijd en daardoor woekert de boosheid onderhuids.
Ik kauwde een beetje over het stuk en kwam tot de conclusie dat ik geen enkele boosheid had. Ik had acht weken braaf binnengezeten en dat was niet veel anders dan wat ik normaal ook deed, dus waarom zou ik boos zijn?
Tot gisteren.
De jongste was weer naar school geweest, W was een middag naar kantoor en ik was daar helemaal oke mee.
Dacht ik.
Was niet zo.
Van het ene op het andere moment was ik helemaal klaar met alles, de wereld, het leven, met de toestand, de situatie en met dat helse teringvirus nog het meest.
'Ik ben morgen toevallig bij je in de buurt,' appte een vriendin.
'Wandelen?' vroeg ik.
En dat deden we vanmiddag.
Op anderhalve meter, zonder omhelzing en kussen, maar we kletsten zonder beeldscherm tussen ons in.
En nu gaat het weer een beetje.
Het was alsof ik acht weken lang vanuit mijn woonkamer naar de wereld had zitten kijken, via beeldbelschermpjes en TV, twijfelend over waar de werkelijkheid was, daarbuiten of hierbinnen, bij mij. En nu voelt het alsof ik hem weer heel even aangeraakt heb.