De vriendengroep (13-11-2016)

Eens in de zoveel tijd zie ik het op Facebook voorbij komen, het bericht over een vriendengroep die een huis heeft gebouwd om samen oud te worden. Er staat een foto bij van een groot huis op een eenzame heuvel, buiten schemert het en binnen zijn de lampen aan, een warme, gele gloed straalt door de ramen. Het krijgt veel likes, blijkbaar vinden de mensen het een mooi idee.
Ik heb er eens over nagedacht; over dat huis, de vriendengroep en de verhouding tussen het beeld en de werkelijkheid. De foto verbeeldt het idyllische idee: samen met je beste vrienden in één huis, ver weg van alles. Je kookt samen, eet samen, leeft samen, kortom; je hoeft nooit eenzaam te zijn. 
Maar hoe zou de werkelijkheid kunnen zijn? Laten we eens beginnen met de schemerige heuvel. Die ligt twintig kilometer van het dichtstbijzijnde dorp, er is geen WIFI en 's nachts lig je wakker van het  geschreeuw van uilen. Dan de vrienden. Na een rooskleurige eerste maand weten drie vrienden zich iedere week weer arglistig aan hun corveetaken te onttrekken, eentje -niemand weet wie- druppelt telkens langs de WC en de veganistische helft van het gezelschap drijft de niet-veganistische helft tot wanhoop. Met hun taugé. En dan heb je nog Piet, en Piet kan niet met zijn handen van de vrouwen uit het huis afblijven. Dat was grappig toen jullie nog niet samenwoonden, maar zo op elkaars rimpelige lip wordt het gênant.
Wat utopisch begon, eindigt in een onderhuidse vete en stille kift.
Het gele licht dat uit de ramen gloeit is helemaal niet warm, maar staat bol van de onuitgesproken ergernis.
Zes mensen hebben zichzelf inmiddels op de wachtlijst geplaatst voor het verzorgingstehuis in het dorp, nog liever eenzaam en in een natte luier sterven in het knekelhuis dan nog langer met Piet door één deur moeten.
Maar goed.
Ik kan het mis hebben natuurlijk.
Misschien is het gewoon écht heel gezellig.