De overkant van de angst (14-09-2017)

Door een wat ongelukkige middelbare schooltijd heb ik een angst ontwikkeld voor alles wat met het concept Voortgezet Onderwijs te maken heeft. Alleen al de gebouwen schrikken me af; zwaarmoedige kolossen met duistere gangen en als sardonisch dieptepunt: het hellegat dat men gymzaal noemt. Ook vond ik lange tijd pubers een angstaanjagend type mens, hitsige valsheid verpakt in geschreeuw.
Dat standpunt had natuurlijk een beperkte levensduur aangezien ik kinderen kreeg. En, of je het nu wil of niet, die ontwikkelen zich toch door. Ik heb mijn mening moeten bijstellen, mijn oudste is de drempel naar de puberteit overgestapt en van valsheid is geen sprake.
Hoe dan ook, de angst zorgde ervoor dat ik lange tijd middelbare scholen meed als de pest. Dus toen ik het afgelopen jaar aanvragen kreeg van docenten Nederlands om op hun school iets over Voorland te komen vertellen, zei ik nee. Ik gaf interviews tijdens literaire avonden, deed vraaggesprekken op podia, presentaties, maar aan scholen waagde ik me niet.
Tot deze week. Ik weet niet zo goed wat me deed besluiten om de opdracht van een gymnasium in het midden van het land aan te nemen. Misschien was het mijn eigen puber die me liet inzien dat het zo gevaarlijk allemaal niet was. Misschien was het het jaar van podiumervaring dat me zelfverzekerder had gemaakt. Misschien was het de gedachte dat ik ze iets kon vertellen, die kinderen.
Mijn verhaal voor de gymnasiasten ging over mijn boek, natuurlijk, over thema en compositie, maar veel meer nog ging het over mij. Ik vertelde over mijn middelbare schooltijd, hoe moeilijk ik het had gehad. Dat ik me altijd zo anders voelde dan mijn leeftijdsgenoten en geen idee had wat ik wilde doen met mijn leven. Dat ik toen al wilde schrijven, maar dat ik niet durfde.
Ik praatte en keek de leerlingen aan. Of meer: zij keken mij aan. Ik zag het gebeuren: de ogen die opengingen. Na afloop kreeg ik wonderlijk mooie vragen, mooier dan volwassenen ze ooit gesteld hadden.
'Zelfs de meest ongeïnteresseerde lummels heb je geïnspireerd,' zeiden de docenten toen ik afscheid nam.
Aan de overkant van de angst bleek iets prachtigs verscholen te liggen.