De depressie-doctrine (06-05-2020)

Op de eerste dag na de meivakantie is het meteen raak.
'We moeten voor gym een rondje rennen met een app, zodat de leraar kan zien dat we het ook echt gedaan hebben,' moppert de oudste.
Ze heeft een grondige hekel aan gym en aangezien ikzelf alle hobbymatige vormen van fysieke inspanning enorme lariekoek vind, ben ik niet echt een moeder van het motiverende soort. Ik haal mijn schouders op en gaap.
'Misschien kun je je zusje vragen,' opper ik.
We kijken allebei naar de jongste, die op haar vader lijkt en een atletische inslag heeft, maar die heeft alles gehoord en schudt al haar hoofd. Na meer dan zeven weken op elkaars lip is de zusterliefde niet bepaald op een hoogtepunt. 
Vroeger, toen mijn eigen zusje nog heel klein was, praatte ze in haar slaap. Ik was een stuk ouder, we schelen vier jaar, en ik was altijd bezorgd om haar. Waar ik groot was, een stevig kind, was zij klein en tenger. Ze had rossige pijpenkrullen en een Pippi Langkousgezichtje maar onder haar eigenwijze buitenkant was ze kwetsbaar en teer. Met mijn oor tegen het dunne wandje dat onze slaapkamers van elkaar scheidde, luisterde ik de hele avond naar haar, tot ik uiteindelijk zelf in slaap viel. Ik kon nooit iets begrijpen van de onverstaanbare woorden die ze sprak, het was alsof ze in een andere wereld was, met een andere taal, als ik in de ochtend vroeg wat ze gedroomd had was ze altijd alles vergeten. 
Lang dacht ik er niet aan, maar toen ik, eenmaal volwassen, wel eens wat programmeerde herinnerde de codering van de sites die ik maakte me er weer aan. Het geheimschrift dat schuilging achter een website, met streepjes en slashes en nulletjes, onbegrijpelijk als je niet wist wat het betekende, de onzichtbare achterkant van wat je zag op het beeldscherm, als het onderwatergedeelte van een eiland.
Nu ik langzaam wakker word uit mijn depressie moet ik er ook weer aan denken, soms voelt het alsof iedereen naar me heeft gekeken terwijl ik mijn ogen dichthad en droomde. Wat heb ik gedaan in mijn slaap? Heb ik met mijn armen gemaaid, van me af geschopt, heb ik dingen gezegd? Goede dingen? Rare dingen? Heeft iemand het gehoord? Heeft iemand het begrepen?
Soms zou ik een lijst willen maken met handvatten, een soort handboek dat ik elke dag kan inzien en waarin de regels staan die voorkomen dat ik weer een depressie krijg. Een depressie-doctrine. Maar als ik dan wil bedenken welke regels erin moeten staan, komt er niets.
Ik zou willen schrijven aan mezelf: niet gaan slapen, niet onder water gaan, boven blijven, wakker blijven. En als dat dan niet lukt en het water zuigt en omringt je en er is geen andere mogelijkheid dan meedeinen op de golven van het zelf: schaam je dan niet, maai maar met je armen, praat, in elke taal dan ook, al snapt niemand het, alles is goed.
Maar ik weet nu al dat dat zinloos is.
Want in de slaap is een andere wereld, waar geen enkele wet uit het waken hoorbaar is.