Ave Regina Caelorum (05-02-2017)

Ik volg het klooster uit mijn geboortedorp op twitter. Dat kan tegenwoordig ja, en ik vind het fascinerend.
Een prachtig klooster is het, verscholen in het groen en al opgericht in 1443. 
Vroeger, toen ik nog een kind was, vond ik de nonnen al interessant. Het idee van een leven gewijd aan de besloten warmte van één passie, op deze magische plek, net achter de kerk, uitkijkend over de moerassige achterlanden van het kleine dorp.
Ik zag de kanunnikessen wel eens in de kerk, zo mooi vond ik dat. Een zweem van mystiek hing over de frêle vrouwen van wie de gezichten grotendeels onzichtbaar waren door hun kappen. Dan zongen ze tijdens de mis, heel hoog en heel zuiver. Als twaalfjarige had ik al een zwak voor Gregoriaanse gezangen. (En nog steeds, ik mag graag het Regina Cæli voor mijn kinderen zingen. Die snappen dat overigens niet, de kleine heidenen.)
Later toen ik ouder was liep ik eens langs de hoge heg die voor het klooster staat, het was voorjaar, de heg had nog geen bladeren. Door de wirwar aan takken zag ik een non lopen door de tuin, de felle lentezon scheen op het habijt. Het leek alsof ik iets zag dat ik niet had mogen zien.
Afgelopen week kwam deze tweet voorbij:
Vanaf deze week zingen we weer de antifoon Ave Regina Cælorum na de completen.
Zoiets roept een hoop vragen bij me op. Niet alleen wat een antifoon is (een vers dat gezongen wordt als inleiding op en ter afsluiting van een psalm tijdens de mis en het getijdengebed, ik heb het even opgezocht) maar vooral: wie schreef de tweet?
Nog niet zo lang geleden kwam ik voor het eerst binnen in het kloostergebouw. Het bovenaardse dat ik er in mijn jeugd aan had toebedacht, viel misschien een beetje tegen. Het zag er teleurstellend gewoon uit, gewone stoelen, gewone tafels, koude keramieken tegels op de vloer. 
Misschien zit een van de kanunnikessen wel voorovergebogen achter een grote computer, met één vinger de teksten te typen. Niets occults, gewoon werelds. Het kan zomaar.
Dan heb ik nog wat bijstelwerk te doen.