De vlinder in de kerk (04-02-2019)

Door de sneeuwregen was ik de heuvel opgeklommen. De velden in de verte waren wit, het water in de rivier stond hoog en stroomde snel. In de kerk zat een vlinder. Hij vloog rond de kroonluchter boven me en ik zag steeds als zijn vleugel langs de lamp kwam het licht even flakkeren. Ik bedacht dat hij zijn hele leven binnen de oude muren van de basiliek zou gaan doorbrengen en ik vond dat een mooie gedachte.
De organist begon te spelen, het koor zong Gregoriaans, de mis begon. Een hoogmis, ter ere van de intreding van de nieuwe zuster tot het slotklooster. Ik zag haar, ze stond achter het altaar, ineens droeg ze een kap en luisterde ze naar haar nieuwe naam, daar moest ik aan wennen. Ik keek naar de ceremonie en ik twijfelde of ik toeschouwer was bij het tafereel of deelnemer.
Het liefste wilde ik deelnemer zijn.
Bij de receptie na afloop gaf ik haar drie kussen, geïmponeerd door het gesteven wit om haar gezicht. 
'Wat fijn dat je er bent, Octavie,' zei de nieuwe zuster, en ze hield mijn hand vast.
'We horen bij elkaar.'
Dat was wonderlijk, want ik voelde dat ook maar dat zijn geen woorden die ik eenvoudig vind om uit te spreken.
In de kloostereetzaal waren er twee redes die het samenzijn intiem maakten, ik keek naar het rode kruis van Jeruzalem dat op de servetring was gedrukt, de hulpbisschop en de pastoors aan de tafel naast de mijne, onder mijn bord het placemat met daarop een foto van de basiliek die in mijn leven gegroefd is. De parochiepastoor sprak het tafelgebed uit. Ik bad het Onze Vader samen met de kleine kring die om de nieuwe zuster heen stond en voelde de warmte.
Ik was de deelnemer die ik wilde zijn.