Vervreemd (02-04-2016)

Al anderhalf jaar schrijf ik vrijwel onafgebroken. Iedere dag, en bij vlagen zelfs de nachten door. Als ik niet fysiek schrijf, dan schrijf ik in mijn hoofd. Het schroeit in me, het dramt en het beukt. Ik dacht heel lang dat ik schrijven moeilijk vind. Het iedere keer in de concentratie komen, het afdalen, het steeds weer door mijn angsten heen gaan. Het eindeloze formuleren, het geduld, het uiterste.
Steeds meer kom ik erachter dat het niet het schrijven is dat ik moeilijk vind. Het gaat niet om het afdalen, om angsten of om het geduld. Het moeilijke ligt ver buiten het schrijven, het is de wereld. De rauwe echtheid van de wereld die in een schreeuwend contrast staat met alles in mij. Het duister van het viaduct waaronder ik fiets, het snijdende grijs van de lucht, karkassen van bomen. Ik zie mezelf naar adem happen. Mijn dromen zijn vluchten, ik hou me vast aan de zoetheid van mijn gedachten, het vederlichte, het onaanraakbare. Ik sper mijn ogen open maar zie niet wat er gebeurt. Ik zie alleen het verhaal. Alles is een verhaal, niets is echt.
Ik omarm het.
Ik ben er bang voor.
Dat het nooit meer weggaat.