∞ (24-01-2016)

Het besef kwam langzaam en struikelend. Als een luchtdrukgolf die de deuren in de sponningen doet rammelen, voorzichtig, zachtjes, om zich dan schijnbaar terug te trekken. Tot de explosie komt, die het hout laat opbollen, en dan met grote kracht vrij baan maakt. Die alle gesloten deuren opent, de stijlen gapend wijd. Het besef dat ik woorden moest gaan geven aan alles wat ik zag, wat alleen ik zag. Dat ik alles moest opschrijven, alles, ook als ik het eigenlijk niet wilde. Dat ik moest schrijven tot in de kleinste details, zelfs als de situatie vroeg om een floers, een sluier, een snelle penseelstreek, dan nog moest ik alles opschrijven, en het later weer afkalven. Zorgvuldig uithouwen, de brei van woorden door mijn vingers laten glijden om er precies dat uit te pikken dat blikkerde, als zonnevlekjes in de schaduw van een hoge boom. Ik moest vastleggen wat ongrijpbaar was, ik moest zichtbaar maken wat zich verborg. Voor nu, voor de eeuwigheid, voor de oneindigheid. Voor mij, want in mij zit iedereen.