Kritiek (18-01-2017)

Ik schreef Voorland precies zoals ik het wilde schrijven. Concessieloos en uitgesproken. Ik ben nooit tegemoet gekomen aan de gedachte dat ik het wellicht aantrekkelijker zou kunnen maken voor een -misschien- groter of ander publiek; eenvoudiger misschien, minder literair, spannender en met een moord of met een fijn en liefdevol einde. In de aanloop naar de publicatie vermoedde ik dat ik kritiek kon verwachten in dezelfde lijn als mijn werkwijze, ongenuanceerd: you love it or you hate it.

Mijn literaire kritiek is, tot nu toe, onder te verdelen in drie categorieën. Ten eerste is er de positieve kritiek, ten tweede is er de negatieve kritiek en dan is er nog de derde soort: de kritiek die voor de gever negatief is maar voor de schrijver positief. Als buitencategorie wil ik ook nog graag Het Grote Onbegrip noemen.
Positieve reacties zijn fijn, ik mag me verheugen over een aanzienlijke groep lezers die ronduit enthousiast is over mijn boek, mensen die erg onder de indruk zijn, die herkennen wat ik schreef en soms zelfs tot tranen geroerd zijn.
Daar tegenover staat tweede categorie: de negatieve kritiek. Er zijn lezers die mijn boek te triest vinden. Die vinden dat er te weinig in gebeurt, dat het openbarsten van een te vol koffer al een grote gebeurtenis is, daar hebben ze moeite mee.
De derde categorie: kritiek die voor de gever negatief is maar voor de auteur positief. Iemand verweet me Mulischiaans academisme: hij vond de structuur te alom aanwezig, de compositie had een te grote rol. Voor hem was dat geen compliment, voor mij is de term Mulischiaans academisme het hoogste haalbare, dit was namelijk exact wat ik ambieerde.
In de buitencategorie is er Het Grote Onbegrip. Een recensent schreef dat de door mij opgevoerde leerlinge van Wolf Haasting wellicht aantrekkelijk was. Iedere goede lezer zal zien dat de leerlinge verre van aantrekkelijk is, dat ze juist de belichaming is van Wolfs afkeer van de mensheid. Ook verweet iemand me clichématig schrijven, de gewoonheid van de karakters. Als ik had gewild had ik een boek kunnen schrijven over een éénogige circusartiest, maar dat wilde ik niet. Ik wilde een boek schrijven over de mens in al zijn onbetekenendheid, in al zijn kleinheid. We kunnen allemaal wel denken dat we bijzonder zijn, maar dat zijn we niet. Alle mensen voor ons en na ons doen precies hetzelfde als wij: een beetje ronddolen op deze aarde, en dan sterven.

Ik was door mijn werk met landelijke exposure gewend aan meningen over mijzelf en wat ik maak. Er ligt een laagje om mijn ziel dat ik zorgvuldig heb opgebouwd in de afgelopen jaren. Negatieve kritiek kan ik tamelijk goed langs me neerleggen, ik kan me heel goed voorstellen dat niet iedereen mijn boek begrijpt of herkent, dat vind ik niet erg. Bovendien zijn de liefhebbers van Voorland talrijk en omschrijven ze hun lof weelderig en in overvloed, dat brengt een mooie balans. Onbegrip daarentegen is wel wat lastiger; het maakt me machteloos, ik zou soms graag willen uitleggen waarom ik bepaalde keuzes heb gemaakt. Maar tegelijkertijd zit daarin ook de kracht. Over alles in Voorland is nagedacht, ik schreef niets voor niets. Concessieloos en uitgesproken. Onbegrip kaatst daarin met een boogje terug op de lezer, precies daar waar het hoort.