Het waarom van het schrijven 4 (29-05-2016)

Overdracht
Soms vind ik het een onverteerbare gedachte: tussen ons en de geschiedenis die achter ons ligt staat een onverwoestbare poort die nooit meer open kan. De historie als een verzegeld vat waar we nooit meer bij kunnen. Het enige dat ons rest is fantasie; verhalen en herinneringen, maar nooit meer wordt het werkelijk. De werkelijkheid is alleen het nu, en dat duurt maar één moment, telkens opnieuw. Vanaf het moment dat het nu voorbij is, versplintert het in net zoveel verhalen als er mensen zijn.
Met een werkelijkheid die zo minuscuul is, is de fantasie een hoog goed. En ergens in die fantasie schuilt de waarheid, een diepere werkelijkheid dan we kunnen bevatten. Ik schrijf een verhaal, ik probeer de geschiedenis in woorden te vangen. Ik voel de onweerstaanbare drang om iets over te dragen. Dat wat ik zie, hoe ik het zie. In alles schuilt een associatie. Het kleine stationnetje in het dorp iets verderop. Waar mijn oma vlak na de oorlog op de trein wachtte om te gaan dansen in de stad. Ik zie haar staan, haar jurk waait op, haar donkere haren zitten in een wrong, korte witte sokjes in zwarte schoenen. Ze praat opgewonden met haar vriendinnen, ze weet het nog niet maar vanavond zal ze mijn opa leren kennen. Ik zie het onzichtbare, het onbewuste misschien. Ik doe wat ze doet, ik voel wat ze voelt, ik ben haar. Ik daal af in het diepste van mijzelf, daar waar ik op de bodem de schakel zie liggen waarmee ik aan de rest van de mensheid verbonden ben. Dat wat we delen, allemaal, dat wat ons bindt. Het ultieme mens-zijn. Ik haal de schakel omhoog, het metaal blinkt, zodat iedereen hem kan zien, heel even.
Dat is wat ik opschrijf. Wat ik overdraag.
De werkelijkheid duurt maar één tel, tot de fantasie het overneemt. Maar dat wat ons allemaal verbindt, van de verste historie tot de onzichtbare toekomst, de diepste emoties, het oer, het ware ik, dat is waarheid.