Het waarom van het schrijven 3 (27-05-2016)

De publieke dimensie
Ik moet een jaar of vier geweest zijn, misschien iets ouder.
'Roep je naam eens, heel hard,' zegt mijn vader, hij fluistert bijna.
Hij steekt zijn vinger in de lucht ten teken dat ik op moet letten, en kijkt in de verte.
Ik roep. Aan de overkant van het dal, tegen de rotsachtige bergwand weerkaatst mijn naam. De holle echo rolt naar ons terug, het lijkt ineens alsof ik twee mensen ben.
Ik schrijf voor mezelf, maar niet alleen. De essentie van dagboekschrijven heb ik nooit begrepen. Waarom zou je iets schrijven dat niemand leest? Schrijven is voor mij in de eerste plaats een kunstvorm, geen therapeutisch middel.
Desalniettemin is er de publieke dimensie, de heilzame werking van het beoogde publiek. Mijn schrijfproces is ruwweg  in te delen in drie fases. Ten eerste is er de constructiefase, het opbouwen van het skelet, de ratio in optima forma. Ten tweede is er het invullen, het vlees, de organen. Ik leg mijn hart op tafel en laat het leegbloeden. Ten derde is er het beschouwen. Als een grote maalsteen lees en herlees ik mijn zinnen, in mij opent zich een derde oog. Met de blik van een ander wik ik, ik weeg. Ik relativeer. De maalsteen effent het pad, het polijst de grofheid, de zwaarte en diepte, de scherpe kanten, pijn en verdriet. 
Het is mijn echo, die aan de andere kant van mezelf staat. Die me mijn eigen stem laat horen.