Het geloof in alles (17-03-2016)

De  ideeën huppelen door mijn hoofd, lichtvoetig en fladderend. Telkens komt er weer een nieuwe bij, het is als een luchtige zomerpicknick aan een kabbelend riviertje, mijn benen bungelen in het water. Alles is welkom, de wereld is vrij, de woorden, de zinnen. Het fonkelt, de werkelijkheid is ver weg, daar achter de hoge bomen. De lucht is kraakhelder, ik geloof in alles. Alles kan. Alles.
En als ik dan, op het toppunt van mijn geloof,  mijn papier pak en mijn pen, mijn voeten aarzelend op de aarde zet, de eerste zin probeer te vormen, dan slaat het toe. De werkelijkheid komt van achter de hoge bomen aan en kijkt naar me, stram in het gelid, hard en zakelijk. Woorden blijken beperkt, zinnen schieten tekort. De ideeën druipen af.
De stroperigheid van het schrijfproces, de moeizaamheid van het formuleren, het schrille contrast met de vrijheid waarin zich alles vormt in mijn hoofd. En toch. De glanzende droom en de kille werkelijkheid, de verbinding als een draad van spinrag die het uiterste van me vergt, telkens opnieuw, het is de kern van wie ik ben, en wat ik zoek.